Datum: za.30.sep.06
Bestemming (Hoogte): Highway 93 Mile 37 (810 m)
Route: Boulder City, Hoover Dam AZ, Highway 93 Mile 37.
Duur Trip: 12:20 uur.
Hoogtemeters: 680 m.
Te moe om nog veel verder te zoeken prikte ik gisteravond mijn tentje neer op een heuvel met uitzicht over het stadje. Had natuurlijk ook wel gezien dat er bouwactiviteiten aan een nieuwe weg bezig waren, maar het was vrijdagavond. Niet?
Wel, vanochtend om half zeven rijdt er reeds een bouwakker langs de tent, en een uurtje later zijn ook al z’n vrindjes in touw. Gelukkig zijn ze niet zo wraakzuchtig als hun collega’s in Vegas, hetgeen me er niet van weerhoudt om tien voor acht de fiets opgezadeld te hebben. Wie werkt er nu op zaterdag?
Amerikanen liefkozen hun auto’s. Dankzij afwezigheid van openbaar vervoer en de wijds opgezette steden is de automobiel een eerste levensbehoefte. De overheid ligt het volk daarbij geen strobreed in de weg. Auto’s wordt enkel belast met de BTW (afhankelijk per staat, doorgaans 6 tot 8 procent), wegenbelasting is een schijntje (ook zoals het hoort) en al vanaf 16 jaar kun je na het sturen van een blokje op een parkeerterrein (of bij aanschaf van een grote fles cola) het roze papiertje verkrijgen. Kinderen in veel te grote auto’s, ik moet er nog altijd aan wennen.
In de afgelopen weken zijn er twee modellen uitgesprongen kwa populariteit. Elk bevinden ze zich aan het uiteinde van het ecovriendelijke spectrum, de Toyota Prius en de Ford Mustang. Laatstgenoemde lijkt ontworpen voor acceleratie op de rechte weg, en heeft naast een slurpende V8 de beschikking over bladveren en een starre achteras. We bouwen verdorie toch geen postkoetsen meer!
Vandaag wordt er in Boulder City een bratwurstfest gehouden, en om niet opgehelderde redenen is het daarbij zaak het belendende park te bezetten met Amerika’s autotrots. Voor de liefhebbers – ik ben er één – is er veel te genieten aan nieuw chroom of opvoerkitjes, of juist aan wagens die in een zo oorspronkelijk mogelijke staat zijn behouden.
Een ouder echtpaar heeft hun klapstoeltjes boven aan de heuvel geparkeerd en kijkt tevreden toe hoe de poetslappen wapperen en prijzentafels worden opgetuigd. Ze zijn trots op hun stadje, dat zich tot dusverre kranig heeft geweerd tegen het verderf van de grote stad. Hier geen casino’s en bier in de openbare ruimte, liever klassiek Amerikaans vertier als worst en muscle cars.
Boulder City werd in de jaren ’30 gebouwd als modelstad en thuisbasis voor de mannen die werkten aan de nabijgelegen Hoover-dam. De dam veroorzaakte het ontstaan van Lake Mead in de vallei van de Colerado-rivier, en zorgt voor een gegarandeerde watervoorziening en electriciteit. In tegenstelling tot wat veelal gedacht wordt is de dam opgedragen aan een oud-president, en niet aan E. Jay Hoover, de gezagsdrager, homofoob én fervent drager van damesondergoed.
Een bezoek aan de dam is geinig, en ik ben vandaag met velen. De sfeer is gemoedelijk, zelfs oom in de politiewagen die me erop attent maak dat ik me op verboden terrein bevind. Had ik met alle dranghekken natuurlijk ook al geraden, maar neem dan ik elk geval de moeite het bord ‘government vehicles only’ rechtop te hangen. Overigens wordt alle verkeer bij aankomst geïnspecteerd, je zal er maar net een idioot tussen hebben zitten die zijn bananentassen vol semtex tot ontploffing weet te brengen.
Crimineel, wat is het warm vandaag. Het klokje tikt zeker 35 graden, en op plekken voelt het nog heter. Komt bij dat de luchtvochtigheid niet veel meer is dan 10 procent, hetgeen noopt tot regelmatige slokken water. Tien minuutjes niet drinken levert een keel van schuurpapier op, al mis ik de kleffe kledingstaferelen van Azië niet. Bij de inspectiepost aan Arizona-zijde wenkt een agent me verkoeling en water te zoeken in het kantoortje. De strijd tegen het terrorisme is, zoals gezegd, gemoedelijk.
Hoewel niet overweldigend is het landschap zeker fraai, zij het weinig herbergzaam. Tijdens het schieten van een foto parkeer ik met mijn suffe hoofd de fiets in een bedje met doornen, en ben vervolgens zeker tien minuten bezig de prikkels uit mijn banden te trekken. Als dat maar goed gaat.
De banden houden het gelukkig uit, van de bestuurder kan dat niet gezegd worden. Na mijlpaal 16 houdt het klimwerk op, al wordt me de voortgang direct aansluitend gehinderd door een straffe tegenwind. Bergverzetjes draaien op een vlakke weg, het lijkt wel of de woestijnen van de wereld de pik op me hebben. De verleiding de fiets te draaien en met 30 kilometers in het uur en twee vingers in de neus terug te koersen is groot (maar weerlegbaar).
Als een spons laaf ik me bij Rosie’s Den aan een fles Sobe, een soort suikerwater dat zich uitstekend zou lenen voor een goede mix met sterke drank. Mijn hoofd is helaas al duf genoeg, en ook een tweede fles en blikje cola bieden amper verlichting. Had vandaag zo mijn zinnen gezet op Kingman, aan het einde van deze weg zonder faciliteiten, maar dat is met de huidige slakkengang een onmogelijkheid.
Rosie’s Den deelt met de Iron Door Saloon in Groveland, het Country Smoke House in Bishop en ongetwijfeld vele andere winkels-van-Sinkels in den lande dat ze world famous zijn. Bij Rosie danken ze dat aan de regelmaat waarmee gekochte loterijkaartjes beloond worden met de hoofdprijs, en uit het hele land komen mensen hier hun geluk beproeven. Volgende keer iets beter opletten bij de lessen statistiek zou veel onnodig reiswerk kunnen voorkomen.
Wanneer de zon is onder gegaan zijn de beentjes moegebeukt door de wind. De weg is aan beiden zijden afgezet met eindeloos prikkeldraad, en bij mijlpaal 37 weet ik pas een provesorisch hek in de afbakening te ontdekken. Goed uitkijken dat ik niet nog eens in de stekels rijd. Lig er om half tien in, goed afgepeigerd eigenlijk.